Nieuwsbrief 9


April-mei 1994

Van Europa binnenlandse politiek maken
Veertien vlamingen naar Straatsburg
Charta-memorandum voor een Europees beleid
Wat doet charta ... ?
Wij praten ons te barsten ... ?
Discussienamiddagen
ForumTekst

Download

Top

Van Europa binnenlandse politiek maken

12 juni 1994 Europese verkiezingen. De eerste verkiezingen na november 1991. De eerste verkiezingen voor de gemeenteraads-verkiezingen van oktober 1994. De eerste verkiezingen voor de VLD en dus de eerste test voor de regeringspartijen. Voor de politici zijn ze niet zonder belang, vooral om binnenlandse redenen.

Natuurlijk geeft elke volksraadpleging een indikatie voor de binnenlandse krachtverhoudingen, maar het zou toch niet slecht zijn ook eens over de Europese constructie zelf te discussiëren. Steeds meer beslissingen worden op Europees vlak genomen. Het verdrag van Maastricht en vooral de economische en financiële normen die daarbij werden vastgelegd, geven de maat aan van het beleid dat in de lidstaten moet worden gevoerd. De economische eenmaking en de monetaire politiek van de sterkste partners (de Duitse nationale bank dus) bepalen wat ´goed´ is en wat ´slecht´. Massale werkloosheid is daarvan het gevolg. Sociale systemen, zoals de Italiaanse koppeling van de lonen aan de index, moesten eraan geloven. Binnen de gemeenschap wordt gekonkurreerd met sociale dumping.

Het is dan ook niet te verwonderen dat dit Europa niet kan blijven rekenen op een brede steun van de bevolking. De inmiddels beruchte kloof tussen burger en politiek is op Europees vlak zo mogelijk nog groter. Op de vele vragen die vanuit de civiele maatschappij worden gesteld, kunnen beleidsmakers vaak niet meer antwoorden dan: ´Dat moet op Europees vlak worden geregeld´.

De Europese constructie van vandaag is echter ondemokratisch. Mocht de Europese Unie zelf willen lid worden van de gemeenschap, dan zou de toetreding moeten worden geweigerd. De wetgevende macht wordt gevormd door een ministerrraad van 12, weldra 16, leden. Deze worden nauwelijks gecontroleerd. Noch door een Europees parlement zonder echte bevoegdheden, noch door de nationale parlementen die er geen aandacht aan besteden. De samenstelling van de Europese commissie stemt helemaal niet overeen met de politieke verdeling zoals die uit Europese verkiezingen voortkomt. De commissarissen vertegenwoordigen alleen hun nationale regeringen, veelal zelf niet eens volgens de politieke machtsverhoudingen in het land. De Europese Unie is een oligarchie en staat nog ver af van een demokratische staat.

Charta 91 heeft gepoogd de Europese kwestie op de politieke agenda te plaatsen. Op 17 en 18 juni 1993 hebben we in Brussel een geslaagde Europa-conferentie georganiseerd. Er werd nagegaan hoe demokratie kan funktioneren in een grensoverschrijdend kader. Aan de Belgische regering werd een memorandum overhandigd.

Tijdens het Belgische voorzitterschap funktioneerde een waakzaamheidskomitee, dat vele tussenkomsten deed bij de ministers-voorzitters van de raad. Er werden contacten gelegd om een Europees netwerk van burgerbewegingen uit te bouwen en de idee van een burger-kontrole op het voorzitterschap kan worden overgenomen door bewegingen uit de andere lidstaten. Charta was mede-initiatiefnemer van ´The other summit´ in december 1993 in Brussel.

We moeten vaststellen dat dergelijke initiatieven nog steeds een uiterst beperkte weerslag hebben. Europa is voor de partijen geen binnenlandse politiek en de ministers blijven doen alsof het om diplomatie gaat. De enige communicatie met de bevolking bestaat uit televisie-spotjes en televisie-verklaringen. Geen wonder dat de bevolking ver van de Europese beslissingen staat en ze geen deel van het demokratisch proces acht.

Het zou een inzet van de Europese verkiezingen kunnen zijn die discussie echt aan te zwengelen en op te komen voor een demokratisch Europa met een eigen grondwet, met demokratische instellingen, met reële inspraakmogelijkheden. Op te komen voor een Europa voor alle burgers, met vrij personenverkeer, met algemeen stemrecht, met een menselijk asiel- en immigratiebeleid, met strikte mensenrechten. Europa om te bouwen tot een sociale en ecologische politieke structuur met een sociaal beleid, met een echt relanceplan, met een strikt milieubeleid. Te ijveren voor een Europees pakt tegen racisme, voor de multiculturele realiteit in Europa, zich uit te spreken tegen het nationalisme en het ´Fort Europa´ en voor een open politiek gericht naar Oost-Europa en de derde wereld. Kortom, de principes die het zogenaamde vrije westen met opgestoken vingertje elders in de wereld gaat eisen, eens zelf toepassen.

Top

Veertien vlamingen naar Straatsburg

Robert Crivit

Het is eigenlijk een wat vreemde bedoening, die Europese verkiezingen. Veel meer dan een grootschalige maar efficiënte opiniepeiling is het niet: het te verkiezen Europees parlement heeft zo goed als geen bevoegdheden en de verzamelde Europese regeringen zijn duidelijk niet van plan daar wat aan te doen. Een koerswijziging is niet in zicht, al valt dat niet af te leiden uit de verkiezingsprogramma´s. In nagenoeg alle teksten geproduceerd door de partijhoofdkwartieren wordt, zij het met verschillende gradaties van enthousiasme, gepleit voor een werkelijke Europese democratie met een heuse grondwet die de grondrechten van de burgers garandeert en de Europese instellingen organiseert op basis van een scheiding der machten. Zoveel is duidelijk: in Vlaanderen blijkt er onder de politieke partijen een meerderheid te vinden voor een parlementaire democratie op Europees niveau.

En zie, in de doorgenomen teksten vonden we ook interessante openingen. Hier onder een heel summiere verkenning van de programma´s van CVP, SP, VLD, Agalev en VU rond de punten Europese democratie, sociaal-economisch- en werkgelegenheidsbeleid.

Iedereen die af en toe een duik neemt in partijteksten en a fortiori in verkiezingsprogramma´s weet ondertussen dat hij of zij meteen een stap zet in een plastiekwereld van mooie plannen, goede bedoelingen en vrome wensen. Men vindt er tegenstellingen die zonder meer worden gladgestreken in compromissen die, behalve drukinkt en papier, weinig kosten. Veel ´langue de bois´ ook, of wat dacht u van deze: "Alleen een sterke Europese Unie kan ons een stabiele en duurzame economische groei garanderen en de vrede en veiligheid bevorderen" (SP). Bij Agalev luidt het: "Kiezen voor een groen Europa biedt de beste kansen voor een duurzaam milieu en een duurzame sociale toekomst" en bij de VLD "Slechts een

Europa van en voor de burgers is een liberaal Europa". Copywriting kan niet altijd een boeiende bezigheid zijn.

Toch drukken de programma´s uit wat een meerderheid van de betrokken partijleidingen meent te moeten zeggen. Ze vormen een niet te verwaarlozen graadmeter en af en toe laten ze duidelijke keuzes vermoeden.


Europese democratie

Alle vijf de vernoemde partijen streven naar een verruimde Europese democratie met een Europese grondwet waarin de basisrechten van de Europese burgers (VLD: "en voor al wie rechtmatig op haar grondgebied verblijft") geformuleerd worden en institutioneel steunen op een tweekamerstelsel met een Europees parlement, rechtstreeks verkozen door de Europese burgers, en een (vorm van) senaat van de regio´s. Allen houden ook vast aan het beginsel van de subsidiariteit en een optimale decentralisering van de bevoegdheden. Iedereen wil het Europees parlement wetgevende macht geven, zij het met verschillende gradaties van enthousiasme. Het Europees parlement heeft voor de CVP "nog te weinig inspraak in de Europese besluitvorming". De SP wil dat het Europees parlement de brede discussie op gang brengt m.b.t. de herziening van het Verdrag van Maastricht (1996) en er voor zorgen dat de wijzigingen voorafgegaan worden door een breed debat "anders dreigt de Europese Unie in sneltreinvaart te vervreemden van de mensen". De SP pleit bovendien voor een doeltreffend overleg van het Europees parlement met "goed georganiseerde sociale bewegingen". Steeds volgens de SP moeten in afwachting van een Europese grondwet de nationale parlementen nauwer betrokken worden bij de werking van de raad van ministers. Terecht onderstrepen de Vlaamse socialisten zeer concreet de noodzaak van een meer transparant functioneren van het overlegorgaan van de permanente politieke vertegenwoordigers.

Grote eensgezindheid blijkt er ook te zijn omtrent de noodzaak van een Europese uitvoerende macht. Voor CVP, SP en VLD moet dit de Europese commissie zijn. Agalev en de Volksunie pleiten voor een Europese regering die wordt benoemd en ontslagen door het Europees parlement (voor de VU samen met de senaat van de regio´s en volkeren).

De idee "Europa van de regio´s" heeft nu duidelijk de steun van alle partijen, maar er zijn grote meningsverschillen inzake de uitwerking: de CVP blijft bijzonder vaag inzake de bevoegdheden van "het comité van de regio´s" Aan de andere kant van het spectrum wil de Volksunie nu reeds een eigen stem bekomen voor Vlaanderen en Wallonië in de Ministerraad d.m.v. het opsplitsen van de vijf Belgische stemmen in die raad.


Sociaal-economisch en werkgelegenheidsbeleid,

De CVP bepleit een Europese aanpak van het werkgelegenheidsbeleid (in combinatie met nationaal en regionaal beleid) steunend op (vooral) een herstel van de concurrentiekracht van de Europese bedrijven, een verlaging van de arbeidskost, een flexibele arbeidsmarkt, de gezondmaking van de overheidsfinanciën en sociale clausules. Inzake sociaal beleid wil de CVP streven naar een "verdere convergentie van de sociale zekerheidsstelsels".

De SP ziet het gevaar van een spiraal van concurrentiële sociale afbouw en kant zich tegen fiscale en sociale dumping. De afwezigheid van gemeenschappelijke fiscale en sociale regels zorgt ervoor dat machtige financiële groepen vrij kunnen bepalen waar zij hun kapitalen investeren. "Europa is een een-gemaakte markt met een zwakke overheid die ondemocratisch werkt". Het democratisch meerderheidsbeginsel wordt niet toegepast voor sociale en fiscale materies, aldus de SP, die pleit voor "meer Europa" met niet alleen een eenheidsmunt, maar ook fiscale en sociale spelregels, voor sociale en economische duurzaamheid en herverdeling van de arbeid.

De VLD verklaart geen "burcht Europa" te willen: "het heeft geen zin de protectionistische genzen op te schuiven van de nationale naar de grenzen van de Europese Unie". Het komt er voor de VLD op aan te streven naar een vrije Europese markt en terzelfdertijd naar één grote wereldmarkt, want "alleen zo kunnen we de voortdurende migratiegolven vermijden en blijvende welvaart in de minderontwikkelde landen creëren". De VLD wil dan ook dat Europa komaf maakt met marktverstorende beleidsingrepen als Europese steun voor economische ontwikkeling, tewerkstelling, voor sectoren in moeilijkheden, enz. Het Europees beleid moet kort en goed "een eerlijke concurrentie waarborgen" en Europa moet een voortrekkersrol spelen voor een vrije wereldhandel "die de beste waarborg is voor meer welvaart, vrede en vooruitgang in heel de wereld". Voor de VLD is de Monetaire Unie een goede zaak en "België moet een beleid voeren dat het in staat stelt van bij de aanvang deel te nemen aan de derde fase" (lees: het volledig respecteren van de convergentienormen). Toch wil ook de VLD een Europees sociaal beleid, geen harmonisering van de sociale zekerheidsstelsels of het invoeren van loodzware Europes reglementeringen, maar via een vorm van transferten voor rechtstreekse ondersteuning van de sociale zekerheidsstelsels in de armere lidstaten.

Agalev herinnert aan het Checini-rapport dat miljoenen nieuwe jobs in het vooruitzicht stelde bij het tot stand komen van de eenheidsmarkt, de bereikte povere resultaten en de vlucht vooruit van het Witboek Delors. "Terwijl het stilaan voor iedereen duidelijk is dat de massale werkloosheid in heel Europa niet zomaar te wijten is aan een ´tijdelijke inzinking van de conjunctuur´ kiest Europa blindelings voor de snelweg van het gangbare". Het is zelfs mooi gezegd. Er wordt gepleit voor een arbeidsintensieve economie, voor een herverdeling van arbeid en (basis)inkomen, voor een "economie van het genoeg".

Ook de Volksunie verwacht veel van arbeidstijdverkorting, vermogensbelasting en een energietaks op Europese schaal.


Nogal opmerkelijk...

en vermeldenswaard is wel dat de VLD er als enige voor pleit dat de Frans en de Britse zetels in de veiligheidsraad van de UNO zouden vervallen en worden vervangen door een zetel van de Europese Unie. En verder voor het geleidelijk vervangen van de diplomatieke corpsen van de lidstaten door één diplomatiek corps van de Europese Unie.

Agalev pleit voor een snelle uitbreiding van de Europese Unie tot 35 leden: niet het minst omwille van de stabiliteit in de hele Europese regio. Een moeilijke weg, erkennen de groenen, want dat betekent ook een herverdeling van de welvaart in heel Europa.


Kandidaten.

Veertien Vlamingen (nu 13) mogen zich straks lid van het Europees parlement noemen. Alle partijen zijn zo goed als klaar met hun kandidatenlijsten (bij de CVP zijn nog twee opvolgersplaatsen beschikbaar). Voor de CVP zijn Leo Tindemans, Wilfried Martens, Marianne Thyssen en Raf Chanterie zo goed als zekerheden (Miet Smet staat op vijf). Voor de SP Freddy Willockx, Anne Van Lancker en mogelijks Steven Stevaert; voor de VLD Annemie Neyts, Willy Declercq en Mimi Sierens-Kesterijn en/of Marc Bossuyt; voor Agalev Magda Aelvoet en waarschijnlijk Paul Staes. Jacques Vandemeulebroucke kan het lastig krijgen. Er is ook nog het Vlaams Blok dat waarschijnlijk twee zetels gaat bezetten.

Tot slot willen we nog een groet brengen aan Lode Van Outrive (SP), An Hermans (CVP) en Karel De Gucht (VLD), enkele notoire en zeer verdienstelijke leden van het corps Europarlementairen die in de volgende termijn zeker gemist zullen worden in het over en weer reizende konvooi tussen Brussel en Straatsburg.

P.S. De prijs van de sjiekste brochure gaat zonder meer naar de SP die een ´Manifest voor de verkiezingen´ (18 p.) in schitterende vierkleurendruk ter beschikking houdt.

Top

Charta-memorandum voor een Europees beleid

In heel Europa steekt het onverdraagzaam nationalisme steeds vaker de kop op. Het mondt uit in onverhuld racisme en agressieve vreemdelingenhaat, symptomen van een maatschappelijke crisis die tot uiting komt op het politieke, sociaal-economische en culturele vlak. Een Europees eenmakingsstreven moet hiertegen een dam opwerpen.

Echter, de crisis wordt nog in de hand gewerkt door de manier waarop de Europese eenmaking vandaag de dag aan de bevolking opgedrongen wordt. De Europese politiek krijgt meer en meer greep op het dagelijks leven van de burgers en het wordt daarom tijd dat die burgers zelf hun stem laten horen. Politiek mag niet enkel een zaak zijn van professionele politici.

  1. De Europese Gemeenschap vertoont een flagrant gebrek aan democratie en voert een beleid dat te weinig aansluit op de fundamentele problemen van haar bevolking. Het is dan ook geen wonder dat veel burgers hun vertrouwen in Europa zijn kwijtgeraakt.
  2. In de plaats van een Gemeenschap gericht op solidariteit en leefbaarheid kwam er een een-gemaakte markt die draait rond concurrentie. Europa wil zich staande houden tegenover Japan en de Verenigde Staten. Landen en regio´s verdringen elkaar om bij de rijke kerngroep van de Gemeenschap te horen. Werknemers worden tegen elkaar uitgespeeld. De drastische besparingsprogramma´s leiden tot een afbrokkelende sociale zekerheid, toenemende werkloosheid en sociale uitstoting, een ideale voedingsbodem voor racisme en vreemdelingenhaat.
  3. De Europese identiteit die te pas en te onpas wordt ingeroepen, dreigt de sociale ongelijkheid een etnische grond te geven en is vaak niet meer dan een alibi om andere bevolkingsgroepen uit te sluiten.


1. Een democratisch Europa


2. Een Europa voor alle burgers


3. Een sociaal en ecologisch Europa


4. Een multi cultureel Europa


5. Een open Europa

Top

Wat doet charta ... ?


CHARTA ONTMOET Riccardo Petrella

Riccardo Petrella is EG-ambtenaar en professor aan de UCL. Hij is de stuwende kracht achter de Groep van Lissabon. Dat zijn 19 topmensen uit de rijke landen. Ze hebben een rapport geschreven onder de titel ´Limits to competition´. Daarin zetten ze zich af tegen de desastreuse gevolgen van het allesverslindend principe van de konkurrentiekapaciteit en pleiten voor een alternatieve optie gebaseerd op een mondiaal contract, gestuurd door vier opties: een contract ter vervulling van de basisnoden, een cultureel contract, een democratisch contract en een contract voor de aarde. Om zulke nieuwe politiek af te dwingen rekent de Groep van Lissabon op een alliantie tussen de ´navel van de civiele maatschappij´ (4 miljoen leidinggevende mensen in alternatieve bewegingen) en ´verlichte leden van het staatsapparaat´. Het geheel staat beschreven in een boek van 177 bladzijden dat binnenkort in verschillende talen op de markt komt.

Het is goed mogelijk dat dit boek een effekt heeft als de ´Limits to growth´ van de Club van Rome in 70. Toen werd het groene gedachtengoed echt op de politieke agenda geplaatst. Het zou nu kunnen dat de kritiek op het neoliberalisme echt van de grond komt. Daarenboven rekent Petrella sterk op de ontwikkeling van netwerken van individuele burgers als katalysator voor politieke vernieuwing. Redenen genoeg voor Charta 91 om eens een ernstig gesprek te hebben met Riccardo Petrella, vooral om meer inzicht te krijgen in zijn visie over de rol van de civiele maatschappij.

We hebben een afspraak voor een grondig gesprek met deze drukbezette man op woensdag 11 mei tussen 17 en 19 uur. De vergadering gaat door in de raadzaal van de VUB, gebouw M, vierde verdieping, lokaal M 429. Om de strikte timing te kunnen repecteren willen we beginnen om 1 6u30. De vergadering gaat door in het Frans (of in het Engels, mocht een meerderheid dat verkiezen, of in het Italiaans, ...). Ben je ge´nteresseerd in deze bijeenkomst, kontakteer dan het Charta-secretariaat. We zouden graag willen dat elke deelnemer aan de vergadering de tekst vooraf heeft gelezen. Het is niet de bedoeling dat Riccardo Petrella eerst nog een inleiding geeft.


VERKIEZINGSNACHT
12 juni 1994 Ľ 20u Ľ DE MARKTEN Ľ BRUSSEL

CHARTA organiseert een grandioze CHARTA 91 VERKIEZINGSNACHT, op 12 juni dus, om 2oU in DE MARKTEN, BRUSSEL

Zit u dus liever niet thuis alléén te kniezen over alweer zovele gemiste kansen en wil u deze avond in aangenaam gezelschap doorbrengen, dan weet u waarheen. Wij nodigen tevens ook een aantal ´betrokkenen´ uit : kandidaten op de diverse lijsten, journalisten, gevestigde politici, andere grote en minder grote lichten etc., om samen met hen en u de verkiezingsuitslagen te analyseren en te evalueren. Uiteraard niet zonder een drankje en een hapje, wat had u gedacht.

Top

Wij praten ons te barsten ... ?


Walter Grootaers zei het nog, enkele weken geleden in Humo : ´Charta zou beter met mensen gaan praten in de kroeg om de hoek, in plaats van met gelijkgezinden te discussiëren´ - of iets van die strekking. Maar koppig als we zijn, en in de overtuiging dat we toch al genoeg op café gaan, hebben we bij het ter perse gaan van deze Nieuwsbrief alweer vier van de zes discussie-namiddagen die Charta 91 organiseert achter de rug- met name deze rond de thema´s Europa, Burger en politiek, Sociale ongelijkheid en Media (zie vorige Nieuwsbrief).

Na een aantal bondige, duidelijke inleidingen konden de discussies starten. U,die er was, kan getuigen dat deze namiddagen meer opleverden dan enkel wat loos gebabbel; U, die er niet was, heeft een boeiende ervaring gemist.

En ja, misschien kwamen de ´experten´ en de politici meer aan het woord dan U en ik, zij waren doorgaans ook beter thuis in de materie. De meeste van ons hebben wat tijd nodig om het hele zaakje door te slikken, te verwerken en te overdenken, en munten dus niet uit in het onmiddellijk stellen van pertinente vragen en het maken van gevatte opmerkingen. Een evenwichtige dialoog vraagt niet alleen verstaanbaarheid van de kennis- en machtshebbers, maar ook de nodige voorkennis, een dosis lef en mondigheid van de veelgeroemde burger.

Hoewel er tal van concrete zaken en aanzetten tot conclusies naar voren kwamen -bedoeling was immers om een aantal duidelijke en hanteerbare standpunten te bepalen met het oog op de volgende verkiezingen-, liet de beschikbare tijd niet toe op die ook ter plekke te formuleren. Bijgevolg is het de bedoeling om hieraan verder te werken.

Wil u op de hoogte gehouden worden of aan een van de vergaderingen deelnemen, pleeg dan een telefoontje naar het secretariaat, Transvaalstraat 8, 2600 Berchem, 03/230.69.13.

Ondertussen hebben wij reeds een poging gewaagd om de belangrijkste ideeën in enkele artikeltjes weer te geven (zie volgende bladzijden).

Met medewerking van : Edith Boudringhien, Inge Declercq, Koen Dille, Danielle Levy, Eliane Peytier, Hanne Vandercammen, Paul Verbraeken.

Top

Discussienamiddagen


Discussienamiddag 1 : EUROPA (12/2/1994)

Te Brussel vond op 12 februari de eerste discussienamiddag plaats. Een uitgebreid verslag zou ons te ver leiden, maar toch enkele ideeën ter overweging.

De inleiding werd verzorgd door Francine Mestrum die herinnerde aan de diverse voorgaande Europa-activiteiten van Charta (de Europese conferentie, het waakzaamheidskomitee, de alternatieve Europese top) die een voortvloeisel waren van het Charta-basismanifest, toegepast op het Europese politieke niveau.

In het ´Charta-memorandum voor een Europees beleid´ (zie pag. 5) werd het bestaande ongenoegen geuit (het zou onjuist zijn het monopolie van de kritiek t.a.v. Europa over te laten aan uiterst rechts), maar ook politieke alternatieven aangereikt. Doel is een debat op gang te brengen onder het motto ´we zeggen zelf wel wat we willen´.

John Lambert had het over de Europese instellingen en de democratie. Deze instellingen hebben een bijzonder ingewikkelde constructie en werken weinig democratisch. De uiteindelijke macht ligt immers bij de Raad van Ministers, en niet bij de democratisch verkozen parlementsleden. Vandaar het ´dinsdagochtend-syndroom´ : zondag gaat iedereen stemmen voor een Europees parlement, maandag worden de stemmen geteld, en dinsdagmorgen blijkt alles bij het oude te zijn gebleven. Waarom dan nog gaan stemmen ?

Een stap in de goede richting zou daarom het vormen zijn van een kleine groep verkozenen die een duidelijk mandaat krijgt en door het Europees parlement wordt gekozen en gecontroleerd.

Een andere must is het stemmen van een Europese grondwet, maar dit moet voorafgegaan worden door een groot publiek debat.

In de daaropvolgende discussie (waaraan o.a. deelnamen : Magda Aelvoet, Anne Van Lancker, Lode van Outrive, Eric Corijn, Paul Pataer, Louis Van Geyt en Raf Chantery) werd aangehaald dat voor het gros van de mensen Europa meer overkomt als een bedreiging, dan wel als een verzekering voor de toekomst. Een ´sociaal Europa´ heeft tot nog toe duidelijk niet gefunctioneerd. Europa wordt ervaren als een ondemocratisch systeem : alleen datgene wat met geld en economie te maken heeft is ´geliberaliseerd´, sociale rechten werden daarentegen eerder afgebouwd. De veelbesproken kloof tussen burger en politiek is nog groter geworden, terwijl de meeste politici zich wentelen in zelfgenoegzaamheid en pretenderen dat het systeem goed functioneert.

Uiteindelijke verantwoordelijke voor de mislukking is de Raad van Ministers; de adviezen van het Europese parlement gingen meermaals lijnrecht in tegen de bsluiten van de Raad, die vaak redeneert vanuit een nationalistisch standpunt en elke transparantie blokkeert.

Het tweede luik handelde over de mensenrechten in de Europese unie, die werden toegelicht door Lode van Outrive. Hij duidde enkele probleemgebieden en probleemformuleringen aan :

In de discussie werd vooral gepleit voor een onthaalbeleid op Europees vlak, als enig mogelijk alternatief voor het huidige restrictieve en vaak zelfs repressieve beleid. Ondanks de Raad van Europa (een constaterend orgaan wat de mensenrechten betreft) is er op dit terrein reeds veel kwaad geschied; daarom is een anti-racistische houding (cfr. memorandum) uitermate belangrijk. Parallelle netwerken (vb. Forum voor migranten op Europees vlak) kunnen hiertoe een aanzienlijke bijdrage leveren.

Voor meer inlichtingen : Robert CRIVIT (tel. 09/346.97.63) of Myriam STOFFEN (tel. 02/ 641.27.60)


Discussienamiddag 2 BURGER EN POLITIEK (26/2/1994.)


HET MIDDENVELD: SCOREN OF STOPPEN

Ruim dertig mensen, politici en ´burgers´ kwamen op 26 februari samen voor een discussienamiddag over wat er nu concreet moet worden gedaan om de relatie tussen de burger en de politiek te verbeteren.

Een groot gedeelte van die discussie ging over zin en onzin van het begrip maatschappelijk middenveld. In grote trekken was men het er toch over eens dat men via een middenveld van maatschappelijke bewegingen de participatie van de burger aan de politiek kan bevorderen. Daarbij werd gedacht aan bijvoorbeeld vakbonden, maar ook aan milieugroepen, culturele organisaties en uiteraard ook aan bewegingen die zich uitdrukkelijk op het politieke terrein bewegen, zoals Charta of Hand in Hand.

Bezwaren waren dan wel dat de interne democratie bij sommige van die bewegingen geen vanzelfsprekendheid is, dat er middenveldorganisaties zijn die de neiging hebben om in plaats van de politiek te treden en dat bijvoorbeeld vakbonden, ziekenfondsen, cultuurorganisaties, enz. door de verzuiling gewoon de gebreken reproduceren van het bestaande politiek systeem. In alk geval bleek niemand bijzonder veel heil te zien in een of andere vorm van directe democratie.

Maar Charta wilde toch het tij keren. Na bijna anderhalf jaar blijkt er echter maar bitter weinig te zijn gekeerd. Wat moet er nu concreet gebeuren?

Waarschijnlijk om de aanwezige Agalev-politici niet al te zeer tegen de haren in te strijken, sprak niemand het woord progressieve hergroepering uit. Dat gaf iedereen de kans om dat begrip op zijn manier in te vullen, wat soms aardige vondsten opleverde. Wat dacht u bijvoorbeeld van een projectendemocratie? Daarmee bedoelde iemand een occasionele hergroepering van bewegingen en politieke formaties rond heel concrete maatschappelijke projecten. Binnen elk van die bewegingen en formaties kunnen de burgers-leden dan op hun niveau aan (een van) die projecten meewerken.

In diezelfde lijn nog een ander concreet voorstel: laat Charta aan alle democratische kandidaten vragen of ze bereid zijn om meer met elkaar aan concrete projecten samen te werken. Vraag bijvoorbeeld van politici een ondubbelzinnig engagement in de zin van: "ja, wij zijn voor een (on)roerende voorheffing op Europees niveau". Van die dingen dus.

De werkgroep Burger en Politiek neemt zich voor om zeer binnenkort nog een beperkt aantal keren samen te komen om dergelijke concrete zaken uit te werken. Ge´nteresseerden die niet bang zijn om eens een avondje door te discussiëren en thuis wat na te denken, worden vriendelijk maar dringend verzocht om zich nu al op te geven bij:

Koen DILLE (tel. 03/239.17.07)


Discussienamiddag 3 : Sociale Ongelijkheid (12/3/1994.)

De conclusies van de discussienamiddag over ´sociale ongelijkheid´ waren zeker niet de meest opwekkende uit de reeks. De twee inleiders DIRK GELDOF (onderzoeker aan de UIA en Antwerps gemeenteraadslid voor AGALEV) en FONS LEROY (kabinetschef bij minister Detiège) konden elkaars visie enkel beamen en bekrachtigen, en dit gold ook voor het aanwezige publiek.

Vroeger werd armoede als een inkomensprobleem gezien dat gemakkelijk kon worden opgelost, indien er maar voldoende werk was. Verder moest men ´vangnetten´ (vb. een vervangend inkomen) voorzien voor degenen die uit de boot vielen.

Sedert de jaren ´70 is alom het besef aanwezig dat armoede een netwerk van achterstelling is die betrekking heeft op alle levensdomeinen zoals huisvesting, arbeidsmarkt, cultuur, onderwijs, politieke participatie enz.

Natuurlijk kan men niet ontkennen dat er grote inspanningen werden geleverd op het gebied van armoedebestrijding en de uitbouw van een welzijnsbeleid. Maar ook al sterven er waarschijnlijk in België geen mensen meer van honger, het blijft erg te moeten constateren dat de armoede opnieuw toeneemt, vooral omdat de productie van armoede blijft voortduren. Schrijnend is ook dat er voornamelijk aan de ´onderkant´ een grote ongelijkheid bestaat.

Men kan wel zeggen dat er veel meer aandacht moet gaan naar preventie, dat er herverdelingsmechanismen in gang moeten worden gezet, kortom dat er een structurele visie achter het beleid moet komen, maar de realiteit spreekt dit tegen. Hoe kan men trouwens iets veranderen wanneer de te ´verdelen koek´ kleiner wordt, wanneer de uitsluitingsmechanismen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt blijven bestaan, en erger nog, wanneer blijkt dat de huidige systemen arme mensen nodig hebben ?

De link tussen armoede en werkloosheid is gemakkelijk gelegd.En indien de volgende cijfers je niet tot nadenken aanzetten, wat dan wel ?


Wist je dat:

Daarbij is het blijkbaar een onomkeerbaar drama op Europees niveau. De driedeling van de beroepsbevolking in één derde die een gewaarborgd loon heeft, één derde die in de periferie zit (vb. mensen die interim-arbeid verrichten) en één derde die een marginale groep vormt en die gemakkelijk in armoede geraakt, is wetenschappelijk bewezen voor de States, maar geldt momenteel ook voor Europa. Werklozen die langer dan een half jaar werkloos blijven, lopen volgens Dirk Geldof dat gevaar. Er moet uitgekeken worden met de zgn. ´flexibiliteit, de opsplitsing van jobs, de interim-arbeid, want voor men het zich goed realiseert, behoren ook mensen met werk tot de derde categorie.


En oplossingen ?

In theorie zouden er drie (vier ?) mogelijke denkpistes zijn. De eerste klinkt ons welbekend in de oren : het stimuleren van de groei, hetgeen gepaard moet gaan met loonkostenvermindering en vermindering van de sociale bescherming. Voorstanders hiervan zijn Delors, Dehaene met het ´Globaal Plan´ en Van den Brande op Vlaams niveau. De tweede piste is die van de arbeidsherverdeling, waarvoor je een summiere aanzet vindt in het Witboek van Delors. Het basisinkomen als derde piste, zit als voorstel nog steeds in de marge; er zijn immers nog geen vertakkingen naar het beleid toe of bij de ondernemers. Tijdens de discussie vroeg men zich af in hoeverre de intrestendaling als een reële vierde piste beschouwd kan worden.


Er bleven nog vele vragen over :

We willen met Charta twee problemen in verband met werkloosheid en sociale ongelijkheid wat verder blijven volgen. Enerzijds is er de onzalige trend rond het ongebreidelde ´competitiviteitsdenken´. In dat kader verwijzen we naar de discussie met Ricardo Petrella, waarover je elders in dit nummer meer informatie kan vinden. Anderzijds dient ernstig overwogen of er geen initiatief moet genomen worden in verband met de wel zeer onrechtvaardige scheeftrekking van het inkomen uit arbeid en het inkomen uit vermogen. Alle ernstige ramingen wijzen uit dat er aanzienlijke financiële middelen kunnen gevonden worden bij de hogere roerende vermogens. Waarom zouden een aantal mensen uit de academische en de vakbondswereld, mensen uit de sociale basis-bewegingen en de politieke partijen niet eens kunnen ´samenspannen´ om een manifest op te stellen dat aangeeft hoe ´de sterkste schouders de zwaarste lasten´ zouden kunnen beginnen dragen 3

Voor meer inlichtingen : Paul VERBRAEKEN (tel. 03/230.69.13) of Eliane PEYTIER (tel. 03/235.97.54.)


Discussienamiddag 4 : MEDIA (26/3/1994.)

Dagelijks worden wij met (des)informatie gebombardeerd. De media spelen een sleutelrol in onze beeldvorming van mens en maatschappij.

Dat is althans de stelling van Hans Verstraeten (VUB) en meteen ook het uitgangspunt van de discussienamiddag ´Media´. Hij lichtte dit toe aan de hand van enkele voorbeelden, o.a. dat van de migrantenproblematiek : weinig autochtonen hebben rechtstreeks contact met allochtonen, en hun houding in deze wordt dan ook grotendeels bepaald door de berichtgeving daarover. Toch waarschuwt prof. Verstraeten tevens voor een ´media-centralisme´ : niet de media zélf zijn verantwoordelijk voor de problemen waarover ze berichten - vaak worden deze zelfs gedefinieerd door totaal andere groepen (politiek, economisch,...)in de maatschappij.

Wel dient gezegd dat de inhoudelijke eenvormigheid van de rapportering op zijn minst zorgwekkend kan genoemd worden. Het zou echter een vergissing zijn te veronderstellen dat ´het publiek´ een uitsluitend passieve rol speelt in dit proces : de meeste kijkers/lezers zijn wel degelijk kritisch genoeg om simplifiëringen af te wijzen of te nuanceren.

Aansluitend daarbij had Pol Deltour (De Morgen) het overwegend over de schandalitisgolf in de pers en de daarbijhorende vraag :´Who is to blame ?´

In een poging tot antwoord op deze complexe vraagstelling, verwijst hij o.m. naar een artikel van Luc Huyse waarin deze het heeft over ´een zekere normvervaging bij sommige politici op gebied van wetgeving, deontologie e.d.m.´ Bovendien zijn tegelijkertijd de eisen van de publieke opinie én van de media beduidend hoger geworden.

Is het dan niet de taak van de media om een controlerende functie op zich te nemen, nu die van het parlement terzake is afgenomen ?

Uiteraard houdt een dergelijke berichtgeving grote risico´s in : het in de hand werken van de anti-politiek (ten voordele van uiterst-rechts), het veroorzaken van een commercieel opbod aan schandalen -waarbij door de tijdsdruk de kwaliteit ondergeschikt dreigt te worden en het gevaar bestaat van manipulatie door allerlei instanties wegens het onvoldoende controleren van de betrouwbaarheid van de informatiebronnen. Als reactie daarop ontstond het relatief nieuwe fenomeen van de dagvaarding van kranten voor de burgerlijke rechtbank op beschuldiging van laster, waarbij ettelijke miljoenen aan schadevergoeding worden geëist. Dit wijst op een twijfelachtige evolutie die zou kunnen leiden tot het beperken van de persvrijheid. De media moeten wel degelijk hun verantwoordelijkheid opnemen, maar liever onder de vorm van een deontologische code en het oprichten van een eigen controle-orgaan, een soort ´Ordevan journalisten´ die de overtredingen sanctioneert.

Walter De Schampheleire (Prov. H.l. voor Toegepaste Communicatiewetenschappen Antwerpen) bracht een amusante maar indringende montage van knipsels uit diverse kranten en tijdschriften, vooral i.v.m. opiniepeilingen en enquêtes. Daaruit bleek ontegensprekelijk dat de resultaten van dergelijke ´semi-wetenschappelijke´ onderzoeken op zijn zachtst uitgedrukt met de spreekwoordelijke korrel zout moeten worden genomen. Vedette-cultus en het propageren van charismatische figuren, onjuiste of onvolledige interpretatie van het cijfermateriaal, het toepassen van reclametechnieken (´Doet Wilfried Martens u meer denken aan een olifant of aan een luipaard?´) maken de politieke inhoud ondergeschikt aan een twijfelachtig soort van marketing en/of bewuste manipulatie. De kloof tussen burger en politiek wordt er alvast niet door gedicht, al wordt het politieke klimaat door dergelijke opiniepeilingen wél be´nvloed.

In de open discussie die op deze inleiding volgde, gemodereerd door Danny Van de Wauwer, kwamen verschillende, soms uiteenlopende meningen aan bod. Eensgezind was men evenwel over de volgende vaststelling : de vrije markt biedt geen garanties voor de veelgeroemde persvrijheid. Zolang commerciële en economische motieven doorslaggevend zijn en blijven, zal de factor ´ontspanning´ zwaarder doorwegen dan die van ´informatie´, met als gevolg dat de media minder ´mediatiseren´ dan wel produceren -wat overigens niet wegneemt dat de media-mensen ten allen tijde verantwoordelijk blijven voor de inhoud van wat ze brengen. Het opstellen van een deontologische code lijkt dus inderdaad wel aangewezen, al stuitte het voor stel van een zo genaamde ´Orde van journalisten´ op enige weerstand; een dergelijk referentiekader zou wel eens contraproductief kunnen werken.

De mediatisering van de politiek blijkt een delicate opgave, en in sommige gevallen zelfs een gevaar voor de democratie.

Tenslotte werd er nog gewezen op het belang van diversiteit en pluraliteit van de pers (evenwicht tussen verschillende ideologieën en kwaliteitsniveaus), de wenselijkheid van een directe dialoog tussen ´zender´ en ´ontvanger´ (toegang tot en actieve participatie van de lezer/kijker -en dat niet alleen via het ´Recht op antwoord´), en de noodzaak tot een coherent mediabeleid.

Blijft de opdracht op uit al deze ideeën een aantal hanteerbare hefbomen te construeren om het tij te keren. Wij houden u op de hoogte.

Meer inlichtingen bij: Danielle LEVY (03/237-93.80) of Hanne VANDERCAMMEN (03/230.69.13)


Discussienamiddag 5 : RECHTSBEDELING (23/4/1994)

moet nog plaats vinden bij het ter perse gaan van deze Nieuwsbrief. Meer informatie vindt u in het vorige en waarschijnlijk, ook het volgende nummer.

Lokatie : stadsschouwburg (ingang Meistraat) om 14u


Discussienamiddag 6 : ONDERWIJS (7/5/1994)


ZIJN EINDTERMEN HET EINDE?

Het ministerie van onderwijs gaat mee met zijn tijd: de eindtermen worden ons volgens de regels van de marketing aangebracht, met een hele stoet brochures - voorwaar in verstaanbare taal opgesteld - pedagogische adviseurs die de nieuwe waar ter plekke komen aanprijzen en verduidelijken en school-directeurs die rond het thema studiedagen organiseren in hun school.

Zoals steeds zijn de reacties verdeeld. Sommigen vinden dat het VSO en het eenheidstype nu wel genoeg pedagogische vernieuwing geweest zijn voor één mensenleven en eisen met luide stem enige pedagogische rust. Anderen maken zich zorgen om de toekomst van hun vak en dus van hun uren. Zoals steeds laat de grootste groep alles gelaten over zich heengaan met de gedachte: "We passen er wel een mouw aan." Tenslotte is er een kleinere groep die verder kijkt dan de technische discussies die gevoerd worden en op zoek gaat naar de filosofie achter de eindtermen. Zij vragen zich af welk soort burgers de school van de toekomst zal afleveren. Mondige mensen die in staat zijn mee te bouwen aan een democratische, multiculturele samenleving of dociele arbeidskrachten die zich gelaten laten dumpen als de markt hen niet meer nodig heeft?

Bovendien zijn deze onderwijsmensen zich bewust van de steeds groter wordende bevraging van het onderwijs. Er is geen maatschappelijk probleem of de school moet het oplossen: drugpreventie, verkeersonderwijs, aidspreventie, noem maar op. Kan het onderwijs dit nog allemaal aan? Vooral nu de werkingsmiddelen met veel minder kwistige hand uitgedeeld worden.? En is dit allemaal wel de taak van het onderwijs ? Het is toch niet de enige pedagogische instantie in de samenleving. De media hebben ook een stevig aandeel in de vorming van jongeren. Zou het niet nuttig zijn het onderwijs in te bedden in een breder netwerk waarbinnen overleg kan gepleegd worden?

Al deze vragen leven ook binnen Charta 91 en wij besloten naar antwoorden te zoeken gedurende een studienamiddag. Dit gebeurt op 7 mei in de Blandijnberg te Gent. Een panel specialisten zal ter beschikking staan om over deze - en uw -vragen te discussiëren vanaf 14u00. U zal er toch zijn?

Edith BOUDRINGHIEN (tel. 09/355.92.75.)

Top

ForumTekst

In deze rubriek nemen we teksten op van lezers die een standpunt innemen t.o.v. de problematiek waar Charta zich mee bezig houdt. De redactie pleit bij voorbaat onschuldig.


Het laatste taboe: een humane benadering van het actueel rechtsnationalisme

MARTIN HENDRICKS

Ook ik maak me zorgen over de inhumaniteit die gepaard gaat met racisme, etnocentrisme of eng-nationalisme. Hoe is het toch mogelijk dat mensen zoals u en ik tot zoiets in staat zijn? Welke zijn de oorzaken? Via deze brief wil ik u inlichten over de grenzen en mogelijkheden van strategieën waarmee men deze oorzaken kan achterhalen én aanpakken. Mijns inziens houden zo´n strategieën in dat men personen met een extreemrechtse opinie humaan benadert.

Het valt me echter op dat er binnen Charta 91 een tendens is in de richting van een meer repressief optreden t.o.v. racisten en etnocentristen. Deze repressie kan zowel zwak zijn, denken we maar aan de weigering van elk gesprek met extreem-rechtse politici, aangeduid met de akelige term ´cordon sanitaire´. Deze repressie kan ook sterk zijn, bvb. louter beschuldigen en diaboliseren óf juridisch vervolgen van personen die hun racistische, etnocentrische of eng-nationalistische mening uiten. Dat mensen, die zich reeds jarenlang daadwerkelijk inzetten voor een geweldvrije wereld waar élke mens ongeacht zijn afkomst in zijn waarde wordt gelaten, zich steeds repressiever zijn gaan opstellen t.o.v. extreem-rechts vind ik wel ergens begrijpelijk. Onder meer Paula Burghgraeve en Hugo Gijsels stellen bvb. dat een publiek debat met extreem-rechtse politici niets baat. Een mediadebat met rechtsnationalistische beroepspolitici kan dus geen alternatief zijn voor de repressie die zij voorstaan. Een openbaar debat leidt er immers toe dat bvb. topfiguren uit het extreem-rechtse milieu zien door de belangstelling van de media meer zullen gaan bezighouden met hun populariteit of imago dan met het eigenlijke gesprek zelf.

De humane strategie richt zich eerder op de discrete en rechtstreekse benadering van dergelijke personen als gelijkwaardigen, met oog voor hun wezenlijke humane behoeften, in plaats van hun niet rechtvaardigbare en inhumane racistische, etnocentrische of eng-nationalistische oprispingen. Om deze behoeften te achterhalen is dialoog echter een noodzaak. Omdat bovendien mediadebatten geen soelaas bieden, lijkt het wenselijk dat men zo´n gesprekken voert - zelfs met beroepspolitici -zonder dat hierbij pers of publiek aanwezig zijn.

Kan een racist echter humane behoeften hebben, zo vraagt u zich ongetwijfeld af? Ik zal u aantonen dat dit kan via een voorbeeld. Neem nu de racist die zegt dat alle buitenlanders van de sociale zekerheid profiteren. Uit goed fatsoen vinden we vaak dat beter niet gepraat wordt met zo iemand. Waarom zou je trouwens praten met iemand die volkomen ongelijk heeft en toch niets weet. Racisten zijn toch domme mensen met vooroordelen? Of anderszins sluwe machtswellustelingen? Als je deze racist echter wel ernstig neemt, zal vaak blijken dat hij uiting geeft aan zijn menselijke angst om zelf ooit volkomen afhankelijk te worden van de sociale zekerheid of dat hij gewoon bang is voor de huidige bezuinigingen. Dit zijn dan de achterliggende, rechtvaardigbare behoeften die ertoe leiden dat men zich op een niet te rechtvaardigen wijze racistisch e.d.uitlaat. In feite worden in de pers én in de geschriften van Charta 91 vaak dergelijke oorzaken aangehaald om de opkomende vloed van extreemrechts te verklaren. Alleen komt men er bijna nooit toe om, samen met degenen die zich racistisch opstellen, dergelijke behoeften te (h)erkennen.

Maar, zo kunt u opmerken, als u en ik van Charta 91 het gesprek aangaan met rechtsnationalisten, dan kan zoiets - hoe discreet we ook zijn - toch makkelijk uit de hand lopen. En ja, misschien heeft u hierin wel gelijk. En indien u er zo over denkt, dan kunt u nog steeds een beroep doen op onpartijdige bemiddelaars en psyco-sociale begeleiders. Hun gesprek is vaak niets meer dan een samenvoegen van twee monologen, kortom het spreekwoordelijke doofstommengesprek. Immers, als de ander toch ongelijk heeft, waarom zou je er dan nog naar luisteren? Misschien enkel en alleen maar om zijn/haar ongelijk aan te tonen? Omdat de partijen op dergelijke wijze tegenover elkaar staan, is er dus vaak een derde partij nodig die bemiddelt of initiatieven begeleidt, waarbij de betrokkenen samenkomen om op basis van gelijkwaardigheid hun conflicten op te lossen. Door een dergelijke onpartijdige bemiddeling wordt de kans reëel dat men de werkelijke behoeften, belangen en noden van de betrokkenen in het conflict achterhaalt - die vaak positiever zi|n dan men aanvankelijk vermoedde. Deze behoeften en noden vormen op hun beurt een basis voor een geweldloze en niet-racistische oplossing van het conflict, hoewel het werken aan zo´n oplossing via onpartijdige bemiddeling en begeleiding een proces van lange adem is en veel moeite kost. Elke stap voorwaarts in de richting van zo´n oplossing betekent desalniettemin dat we mensen de mogelijkheid geven zich daadwerkelijk te bevrijden van racisme. Een duurzame bevrijding dus van racisme, die wezenlijk verschilt van de tijdelijke bevriezing van het racisme door het te isoleren via het ´cordon sanitaire´ óf de tijdelijke onderdrukking ervan via rechtsvervolging.

Begrijp me echter niet verkeerd, lezer, bevriezing of onderdrukking kunnen ook zinvol zijn, vooral als we de etnische conflicten zo lang hebben laten verrotten, o.a. door de weigering van elk menselijk gesprek met personen die zich rechtsnationalistisch uitlaten, dat het niet meer anders kan.

Tot daar mijn verhaal over de humane benadering van het huidig rechts-nationalisme. Een verhaal dat oorspronkelijk veel langer was, omdat ik er vorig jaar als gewetensbezwaarde bij de ´Humanistische Werkgroep voor Conflictstudie´ (HUWECO) een studiedag over heb georganiseerd. En wat levert zo´n verhaal op ? Ik denk niets meer, maar ook niets minder, dan wat duivelskunstenaar H. Michaux ooit zei over zijn eigen schrijfsels, namelijk "tekens, symbolen, aanzetten, vergissingen, opzetjes, samenhangen, tegenstrijdigheden, alles dat aanwezig is om op voort te bouwen, om mee verder te zoeken, om mee verder te komen, om op iets anders te stoten..." Michaux voegde er nog iets aan toe dat me nauw aan het hart ligt: "En jij? Misschien zou jij het ook eens kunnen proberen?" Misschien kan u als lid van Charta 91 het ook eens proberen? Wat u echter ook doet, ik blijf de begeerte of - zo u wil -de droom -koesteren dat Charta 91 genoeg leden telt met een hart dat groot genoeg is om er ieder mens, ongeacht afkomst én ideologie, in op te nemen.

Contactadressen van ervaringsdeskundigen m.b.t. onpartijdige bemiddeling en begeleiding: Pat Patfoort, De Vuurbtoem, Centrum voor geweldloosheid in omgang en conflicthantering, Brugge, tel. 050/37.10.17. Lida van de Broek, Vrouwenkollektief Kantharos, Amsterdam, tel. 00.31/20/622. 99.03. (de anti-racisme trainingen van Eicker-lk Antwerpen en Leuven o.l.v. Dirk Eggermont en Staf van Pelt zijn o.a. gebaseerd op Lida´s trainingen)

Top